Toveren

Ik was aan het onkruidwieden, een karweitje waar ik een vreselijke hekel aan heb. Gelukkig kwam Lasse langs, mijn buurjongetje van 4 jaar.
“Ik kan toveren!” zei hij.
“Heb je wel toverzout?” vroeg ik.
Nee, hij kon het wel zonder, met zijn vinger en hij demonstreerde zijn kunstje duidelijk hoor- en zichtbaar!
“Let op, biebeleplatsie boem en weg is de skelter!” Met grote ogen lachte hij mij toe!

Ik was benieuwd en speelde het spel mee. Ik wou achter de muur kijken of het klopte, maar dat kon nog niet zei Lasse.

“Wacht even”, riep hij en toverde snel de skelter terug, net op tijd, nog vóór ik kon kijken!

We praatten samen verder over toveren, dat dat toch wel erg moeilijk was voor jongetjes van twee, “nee vier!”, verbeterde hij mij zeer verontwaardigd. Ik ging toen maar snel door over Sinterklaas, die vroeger toen ik nog kind was ook altijd nèt weg was, als ik wou kijken.
“Bij mij ook”, zei Lasse, “maar ik zag nog net wel het paard!”
“Heb je nog geluk gehad!” reageerde ik en we babbelden door over grasmaaien, onkruid wieden en accordeonspelen.

En …….dat onkruidwieden? Dat was zo gepiept. Dat toveren van Lasse, dat kan hij echt!