Wat managers van vogels kunnen leren

Vanochtend bij het krieken van de dag besloten de vogels dat het lente zou worden. Je hoorde het aan de vastberadenheid waarmee zij floten, kwetterden en tsjilpten. Vandaag zie je de vogels ook met meer ‘schwung’ vliegen dan gisteren en eergisteren. Het bruist trouwens aan alle kanten. Hondjes rennen, trekken samen aan verschillende einden van dezelfde stok. In het plantsoen vangt een hond vrolijk blaffend de door zijn baas telkens opnieuw geworpen frisbee. De pony’s en paarden hinniken vrolijk en rennen door de wei. Het is voorjaar. Een kinderlijke blijdschap komt over mij. Niet alleen nu, maar ieder voorjaar voel ik zo’n tinteling. Vooral als de zon schijnt en ik overal voel dat ik besta. Ik wil ook bewegen, fietsen, wandelen, zwem­men en schaatsen, nu het nog even kan. Daar word ik vro­lijk van. De dag, of beter gezegd, ik kan niet meer stuk.

Ooit was ik onderwijzer. Op de kweekschool leerde ik dat kinderen spelen onder andere om het plezier in het bewegen. ‘Funktions­lust’, noemen de Duit­sers dat. Volwassenen leren dat af. Zij moeten vooral zo handelen zoals het hoort. Weg gaat het experiment. Nee, volwassenen en managers in het bijzonder, spelen niet meer. Zij gaan vooral op zoek naar waterdichte waarheid, naar gewichti­ge standpunten, naar verantwoorde beslissingen, naar door de missie geïnspireer­de doelstellin­gen. Het liefste steeds meer, steeds groter en steeds sneller. Internatio­naal, als het even kan.