Dikdoen

‘Mien hert is nich greuts, ik kiek nich astraant oet de ogen;
ik hoal mie nich gangs met grote zaken, met wat mie boawn ’t benul geet.
Nee, ik heb miezölf töt röst brach, ik bin stiller wörn.
Zo as nen kleanen bie de moo lig, al zonnen kleanen, zo bin ik.’
(Psalm 131)

De kranten staan er vol van: dé Nederlandse identiteit! Bestaat hij nu wel of niet? Moeilijke vraag eigenlijk. Ik heb de neiging om te zeggen: ‘niet’! Ik ben zelf een Fries en ben gek op Limburg, Twents en Twente bijvoorbeeld. Zaterdag ben ik naar Herman Finkers geweest en daar zit ik nogal vol van. Na zeven jaar pauze, dan nu weer een show vol humor, filosofie en religie. Ik heb een prachtige avond gehad, ik raakte ontroerd en opgetogen! Het begon met bovenstaand psalmvers en via grappen, woordspelingen en prachtige liederen kwamen we bij het vergankelijke van ‘werkelijkheid’ en het eeuwige van ‘waarheid’, niet zien wat op het netvlies valt, niet horen wat op het trommelvlies valt, dromen, verbeelding en God. Kortom, ik heb de avond van mijn leven gehad. En toen, de andere ochtend las ik in één adem ook nog dat schitterende boek dat ik van Hermans vrouw Hetty kreeg. Er staat veel in, vaak autobiografisch maar ook een ode aan mijn geliefde dichter, Willem Wilmink. Een aanrader voor iedereen natuurlijk, maar vooral voor hen die met en voor mensen werken. Iedereen kent wel iets van hem, soms uit een liedje van Herman van Veen of andere zanger. Klein fragmentje ter illustratie:

‘Als twee mannen vrijen
op één of ander feest,
dan vragen vele gasten
of er een doelpunt is geweest.’

Herman Finkers en Willem Wilmink, Twents, dus geen dikdoenerij, maar wel een stukje Nederlandse identiteit waar ik van houd!